.

Meditatie > Boeddhisme > Geschiedenis > Dumoulin China > Ontstaan en bloei

Ontstaan en bloei in China (6)

VI Lin-chi (-866)

Vanaf midden 8e eeuw was een volkomen gesiniseerd boeddhisme ontstaan. Er ontstaan typische spreukenverzamelingen van de vier generaties van Mat-su tot en met Lin-chi. De paradoxe dialectiek van de indische Wijsheidssutra's blijft op de achtergrond aanwezig, maar de werkelijkheid wordt niet door denken, maar door lichamelijke inzet gerealiseerd.

Lin-chi was het hoogtepunt van de Chinese Zenbeweging. In zijn vroege jaren had hij zich nog bezig gehouden met de wijsheid van sutra's en shastra's. Hij had de bescherming van een gouverneur in het noorden; gouverneurs waren in de tweede helft van de T'ang-periode relatief onafhankelijk en zelfstandig => Lin-chi trad op in een sfeer van onbelemmerde vrijheid. Sinds de opstand van An Lu-shan (755-762), en tot voorbij het eind van de T'ang-periode, was het noorden van China verscheurd door innerlijke onrust en door bedreiging van barbaren aan de noordgrens. Dit maakte de bewoners van die regio zeer zelfstandig en weerbaar => Lin-chi's ruwe optreden. Pas in de 7e generatie kwam Lin-chi's lijn naar het zuiden (de Sung-periode was toen al begonnen), alwaar zij zich snel uitbreidde en de andere richtingen overvleugelde. Lin-chi's leer en optreden kunnen we goed aflezen aan het werk Rinzairoku, waarin onderricht van de meester en mondo's (flitsende Zen-discussies tussen Zenmonniken) zijn opgenomen. Alhoewel in de Sung-periode geredigeerd, bevat het waarschijnlijk nog veel oorspronkelijk materiaal. Het werk is geschreven in de alledaagse taal van het plattelandsvolk; nu eens gaat de meester intiem en vertrouwvol met zijn leerlingen om, dan weer scheldt hij ze grof uit. Hij spreekt zich nooit volledig uit, zijn spreken is altijd fragmentarisch en aanduidend. Van centraal belang in zijn werk is de vraag naar de mens (achtergrond: ook in Chinese denken en in boeddhistische heilsleer mens centraal). Dit is geen metafysische vraag; de 'ware mens' is verwerkelijkt in de concrete en schijnbaar 'gewone' en alledaagse mens van het hier en nu. De ware mens is een vrije mens, en is heer en meester over elke situatie! De leerlingen dienen vertrouwen in zichzelf te hebben en zonder aarzeling en onafhankelijk van anderen te handelen, dan realiseren ze deze ware mens. Lin-chi's middelen (stokslagen, aanschreeuwen) zijn o.a. bedoeld om de leerlingen uit hun twijfel aan de ware mens te verlossen. De ware mens verlangt niet naar het Boeddha-schap, gaat volledig op in wat hij doet, en koestert geen gedachtes. De term 'ware mens' is van taoïstische oorsprong; het betekent daar de mens die niets bijzonders is, die geen rang heeft en daarom buiten de gevestigde orde valt. Van deze mens zegt Lin-chi dat hij een 'Patriarch-Boeddha' is; hij is zonder eigenschappen, van niets afhankelijk en niet te beschrijven (hij is een 'naakte' mens). Hoe meer men naar deze mens verlangt, hoe verder hij terugwijkt. Hij is zeer levendig en vol dynamiek (Lin-chi keert zich dan ook scherp tegen de 'noordelijke' meditatie-wijze, waarin naar bewegingsloze reinheid gestreefd wordt). Hij vreest niet de hel, en verheugt zich niet over het zien van Boeddha's, omdat hij doorziet dat alle dingen leeg en aan verandering onderhevig zijn, dat ze enkel 'geest' of bewustzijn zijn; de 'ware Boeddha' onttrekt zich aan elke empirische bepaling. Bekende uitspraak van Lin-chi: "Als je de Boeddha tegenkomt, doodt hem dan", d.w.z. doodt de fenomenen uit de wereld van de vergankelijkheid, wees er vrij van. De leerling heeft oefening nodig, om inzicht, dat niet aangeboren is, te ontwikkelen. Hij heeft wel een 'oog voor de Weg', maar dat is vertroebeld, bijv. door onrust, twijfel en hechten. Lin-chi liet zijn leerlingen net zoals alle andere Zenmeesters uit die tijd wel zitten in meditatie, maar verwierp de gedachte dat er een middel-doel-relatie zou zijn tussen zitten en verlichting. Bestudering van de sutra's kan al helemaal niet tot verlichting voeren. Lin-chi was een religieus mens, gericht op bevrijding en heil van mensen.

Lin-chi was in zijn tijd slechts één van de vele meesters. Maar in 1038 worden zijn onderrichtingen uitgegeven door een enthousiaste aanhanger, die getrouwd was met iemand uit het noordelijke keizershuis, en die deze positie gebruikte om Lin-chi's lijn de overheersende te maken.

Wat het hart vandaag weet, zal het hoofd morgen begrijpen.
- Carl Gustav Jung -

Tsjeng, Meester: Meester Tsjeng over het geheim van de oorspronkelijke geest

Cover van Meester Tsjeng over het geheim van de oorspronkelijke geestEen heel verfrissend boekje voor mensen die reeds Zenmeditatie beoefenen of die geïnteresseerd zijn in het Zenboeddhisme. In zijn redevoeringen trekt
Meer...

WaalWeb Internetproducties
Zinrijk Webtechniek
© 2006-7

 

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.