.

Meditatie > Stilte > Anselm Grün

Anselm Grün: De uitdaging van het zwijgen (2)

I. Zwijgen als strijd tegen zonde en ondeugden

Het zwijgen is voor de monnik een middel om reinheid van het hart en rechtschapenheid te verwerven. Maar in eerste instantie dient het zwijgen ertoe de vele zonden te vermijden die met de tong begaan worden.

1. Gevaren van het praten

De ervaring van monniken leert dat de vier belangrijkste gevaren van het spreken zijn:

1) Het gevaar van nieuwsgierigheid

Nieuwsgierigheid brengt verstrooiing, maakt dat een mens zich met allerlei dingen bemoeit. Zo wordt hij 'uitgegoten', leeg en oppervlakkig. In zo'n mens kan niets tot rijping komen.
   Verder bestaan er mensen die niets voor zich kunnen houden, alles er direct uitflappen. Zij kunnen niet met een geheim omgaan, praten het met hun woorden kapot, zodat zij er nooit dieper in zullen doordringen. Hierin uit zich een angst voor het geheim, en misschien uiteindelijk wel voor God. Door te praten hopen zij alles benoembaar, en daarmee beheersbaar, te maken.

2) Het gevaar van het oordelen over anderen

Zelfs wanneer we positief spreken over anderen duwen we ze in hokjes of vergelijken hen met onszelf. Het praten over anderen is vaak in feite een spreken over onszelf en wat ons bezighoudt, zonder dat we ons dat bewust zijn. Zo wordt eerlijke zelfkennis bemoeilijkt, want door te focussen op anderen vermijden we dat naar onszelf zouden kijken.

3) Het gevaar van eigenroem

Spreken kan een uitermate ijdele bezigheid zijn, waarin men voortdurend de schijnwerpers op zichzelf richt, om zo voldoende erkenning, misschien wel bewondering, te krijgen, en om serieus genomen te worden.

4) Het gevaar van nalatigheid in innerlijke waakzaamheid

Een vaderspreuk [spreuk uit het milieu van de eerste woestijnmonniken in Egypte, vanaf einde 3e eeuw n.C.] hierover:

Abbas Diadochos zei: "Zoals voortdurend openstaande deuren van een bad zeer snel de warmte van binnen naar buiten stromen laten, zo laat hij, die veel praat, ook wanneer hij goede dingen zegt, zijn "herinnering" (mnème) door de poorten van de stem vervluchtigen."

De mnème (jezelf voortdurend Gods aanwezigheid voor ogen houden, her-inner-en) in deze spreuk duidt op het bij-zichzelf-zijn, het God-aankleven. In het spreken "vallen we steeds weer uit onszelf en uit ons midden". Spreken heeft altijd iets dubbelzinnigs; zelfs al spreken we over goede dingen, er lijkt toch altijd op de een of andere manier een onzuivere toon in mee te klinken.
   Deze ervaring hoeft ons niet neerslachtig te maken, wanneer we haar met de zekerheid verbinden dat God ons aanneemt zoals we zijn. We kunnen dan met gezonde humor naar ons eigen spreken kijken. Dit werkt bevrijdend, omdat we daardoor het ideaalbeeld van onszelf waaraan we zo krampachtig vasthielden, steeds meer los kunnen laten. We mogen dan zijn wie en zoals we zijn, en de ervaring van ons dubbelzinnige spreken wordt tegelijkertijd de ervaring van Gods liefde en vergeving.

Elk schepsel is een woord van God en een boek over God.
- Meister Eckehart -

Chödrön, Pema: Gerust in onzekerheid
108 Spirituele leringen
Cover van Gerust in onzekerheidDit is één van de mooiste en meest inspirerende boeken die ik ooit gelezen heb. In 108 hoofdstukjes - die meestal niet meer dan 2 à 3
Meer...

WaalWeb Internetproducties
Zinrijk Webtechniek
© 2006-7

 

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.